Cloclo

Gisteren heb ik met de film Cloclo een ‘trip down memory lane’ gemaakt. De Franse zanger Claude François, zoals hij voluit heette, zal de gemiddelde Nederlander weinig zeggen, men weet hier zelfs niet dat hij de zanger en co-schrijver was van de originele versie van My Way.

Hoewel hij een beduidend minder goede zanger was dan Sinatra, was hij een op-en-top showman (met al zijn charmes en al zijn nukken) en wist hij minstens zo veel vrouwen voor zich te winnen.
De film zal het in Nederland niet lang volhouden, vrees ik. Gisteren zaten we met zijn zevenen in de zaal. Een van de koppels kwam alleen uit nieuwsgierigheid. Maar ik heb alle liedjes zachtjes meegezongen…

Ik werd ingewijd in de genoegens van Parijs en maakte kennis met Claude François, het Franse idool uit de jaren 60 en 70, door de eerste grote liefde in mijn leven. De man die ik op een korte vakantie in de lichtstad had leren kennen, nam mij mee in zijn blauwe Toyota, door de romantiek waar ik als kind al van droomde, op de klanken van liedjes als Belinda, Chanson Populaire en Le Lundi au Soleil (een zonnige maandag op kantoor al dromend over hoe het buiten zou zijn).
Voor mij was de film Cloclo dan ook een tweeëneenhalf uur durend kippenvelmoment.

Claude was al bijna twee jaar dood – door elektrocutie – toen ik in Frankrijk ging wonen, maar iedereen die een paar jaar in het land woont, kan niet om hem heen. Hij is en blijft een fenomeen en hoewel de gedachtenis aan hem ook in Frankrijk af en toe wat wegzakt, zijn er nog altijd met een zekere regelmaat tv-programma’s die volop aandacht aan hem besteden (de laatste keer in maart van dit jaar). Claude François stond tijdens zijn leven op de cover van 219 bladen en na zijn dood – tussen 1978 en 2006 – nog eens op 186 stuks, en er werden sinds zijn verscheiden 73 biografieën en andere boeken over hem geschreven. Wereldberoemd in heel Frankrijk, dus. En met een plekje in mijn hart.

Hier vind je meer over Claude François. Meer weten, maar spreek je geen Frans? Mail me voor hulp.

Advertenties

Het huwelijk van de eeuw?

Vooral in Groot-Brittannië lopen de prettige spanningen deze week op. Het ‘sprookjeshuwelijk’ van prins William en Kate (na het huwelijk wordt dat Catherine) Middleton is iets waar velen naar uit kijken. Hier zijn een paar prachtige foto s’ te zien van de voorbereidingen.

Dertig jaar geleden was er de spanning rond dat andere ‘grootse’ huwelijk, dat van Prins Charles en Diana Spencer, Lady Di, op 29 juli 1981. Maar voor mij was toen een andere bruiloft HET HUWELIJK: mijn eigen trouwdag in augustus van dat jaar. Een tweetalige huwelijksvoltrekking, want dankzij een ambtenaar met een talenknobbel en een pastoor van de oude stempel, kon ook de familie van mijn toekomstige Franse echtgenoot alles volgen.

Ondanks de Hollandse regen – we moesten met ons koetsje vaak stoppen om de kap dan weer omhoog en dan weer omlaag te doen – en mijn moeders hoofdpijn (zij was meer gespannen dan de bruid), was het een bijzondere dag, zoals je trouwdag hoort te zijn. Het begin van een nieuw leven in een nieuw land.

810821

(O, en voor die krullen heb ik uren bij de kapper moeten zitten!)

Heeft u ook mooie herinneringen aan uw trouwdag? En een huwelijk van jaren, om een boek over te schrijven? Maar hoe doe je dat nu, een boek schrijven? Daar kan ik u bij helpen. Klik in de rechterkolom op Hoe vertelt u uw verhaal?

Published in: on 27 april 2011 at 11:05 pm  Comments (2)  
Tags: , , ,

X of Nix en al die andere generaties

Generations from David Garbutt on Vimeo.

Ouder worden. Dat houdt je waarschijnlijk het meest bezig als je er persoonlijk mee te maken krijgt. Zo’n mijlpaal als 50 worden, weten waar Abraham de mosterd haalt (waarom zou je dat trouwens willen of zelfs moeten weten?) of Sara zien, is daar een goed voorbeeld van.

Maar 50 zijn is natuurlijk allang niet meer wat het vroeger was. De tijd evolueert en met de snelheid waarmee dingen zich in onze tijd ontwikkelen, kun je bijna spreken van een voortdurende revolutie. Ken Robinson – een man met goede ideeën, bijvoorbeeld over hoe onderwijssystemen onze zo belangrijke creativiteit de kop indrukken – legt in zijn boek The Element, how finding your passion changes everything uit hoe de mensheid steeds sneller groeit: in 1930 waren er 2 miljard mensen op onze planeet. Het duurde 100 jaar voordat dit aantal was verdubbeld. Het duurde nog eens 40 jaar voor we de 3 miljard bereikten. Dat was in 1970 en daarna ging het pas echt rap. Op nieuwjaarsdag 1999 deelden we de aarde met 6 miljard mensen, een verdubbeling in 30 jaar tijd. Sommigen schatten dat we halverwege deze eeuw met zo’n 9 miljard mensen de aarde bevolken. Dit is slechts een van de vele tekenen van hoe alles steeds sneller gaat (en dit voel je nog sterker naarmate je ouder wordt).

Terug naar de dame ‘op leeftijd’. Ik heb weliswaar wat moeite met 50, maar 50 is dus eigenlijk het nieuwe 40. Toen ik kind was, was iemand van 50 op middelbare leeftijd, om tegenop te kijken, en iemand van 60 begon al echt oud te worden. Vandaag ben je op je vijftigste nog volop actief en is een bejaarde iemand vanaf een jaar of 75, 80. (Ik ben dan ook niet tegen het verhogen van de pensioenleeftijd. Het is niet meer van deze tijd om op je 65e of eerder te stoppen met werken, uitzonderingen daargelaten.)

Maar ik dwaal weer af, er is zoveel te zeggen over dit onderwerp. Als je ouder wordt, kijk je wat vaker terug. De laatste tijd denk ik soms aan mensen die iets betekend hebben in mijn leven en ben ik met een aantal ervan via internet (lang leve social media!) weer in contact gekomen. Ik lees wat vaker artikelen en boeken over ouderdom en geheugen, zoals die van Douwe Draaisma. Het intrigeert me.

Toen ik vorige week dus een uitnodiging kreeg om deel te nemen aan een bijeenkomst over generaties aarzelde ik niet lang. Het gaat om een onderzoek naar verschillen en overeenkomsten tussen generaties. In een eerste fase komen kleine groepen van eenzelfde generatie bijeen en later komen alle generaties bij elkaar om ervaringen uit te wisselen.

Ik kwam in een groep van zo’n 15 leeftijdgenoten, dat wil zeggen andere oudere jongeren van de Generatie X, je weet wel, die van na de Babyboomers (waar Brigitte Kaandorp zo haar eigen ideeën over heeft). Aan de hand van een aantal vragen over onze jeugd, kwamen er discussies los, met regelmatige ‘o ja’s’ bij de studie die je koos of de omgang met vrienden en vriendinnen. Maar ook binnen deze ene generatie zijn er belangrijke verschillen, vooral door het nest waaruit je kwam: religieus of politiek getint, modern en ondernemend of behoudend en voorzichtig ontdekkend. Een grote overeenkomst leek uiteindelijk te zijn dat de Generatie X door thuis werd ‘losgelaten’ en voor zichzelf een weg ‘mocht’ kiezen, met alle mogelijkheden die er destijds waren.

Rest ons op zoek te gaan naar wat ons, de X’ers, verbindt met de Babyboomers, de Einsteiners, de Pragmaten en de Grenzelozen.

rij

Published in: on 24 januari 2011 at 6:05 pm  Geef een reactie  
Tags: , , , ,

Joepie! Het is weer maandag.

Ik heb altijd een hekel gehad aan zondag. Als kind al was het een dag die een eeuwigheid leek te duren. Je moest nette kleren aan, want je moest naar de kerk (toen je je eigen wil nog niet deed gelden) en ’s middags kwam er vaak visite: opa en oma of lang niet geziene vrienden van je ouders, die je oom en tante noemde.

Die zondagsweerzin kwam voor een deel ook door het gevoel dat het weekend alweer bijna over was en je weer naar school of, jaren later, naar je werk moest. Maar ook nu ik niet met tegenzin naar school of naar een baan ga (eigen baas, hoera!) blijft de zondag knagen. Het begint ’s morgens met de kerkklokken die me herinneren aan de ‘dienstplicht’. Een dik uur stilzitten in kleren zondag7waarin je je niet op je gemak voelde en luisteren naar liederen en lezingen die je niet begreep. ’s Middags mocht je dan nog wel buiten spelen, maar vooral brave spelletjes, zodat je zondagse kleren niet vies werden. Liever toch hadden je ouders dat je thuis bleef, zodat ze met je konden pronken en aan de ooms en tantes laten zien wat een fantastische kinderen ze hadden.

Een enkele keer was de zondagse visite ook heel spannend. Dan kwamen ze op een gloednieuwe scooter waar je even achterop mocht zitten, of met leeftijdgenootjes aan wie je dan trots je mooiste speelgoed kon laten zien; al wilde je liever niet dat ze er ook echt mee speelden.

En wat de maandagochtend betreft, daar ben ik niet meer bang voor. Tegenwoordig is mijn doordeweekse leven leuk genoeg om er met plezier naar uit te kijken. Maar de zondag blijft een eindeloze dag, die ik vaak ontvlucht met een goed boek.

Hield u ook niet van zondagen of juist wel? Of waren en er andere speciale dagen in uw jeugd? Wilt u daarover schrijven, maar heeft u daar hulp bij nodig, dan help ik u graag.

Published in: on 19 september 2010 at 11:21 pm  Geef een reactie  
Tags: , , , ,

Geur en smaak van vakanties aan de kust

Nu de vakantieperiode 2010 alweer bijna voorbij is en ik deze zomer weer niet1961 juni uit logeren weg kon, komen de gedachten aan vroegere vakanties des te vaker bovendrijven. Van mijn allereerste vakanties, de logeerpartijtjes als baby en peuter bij ooms en tantes, herinner ik me helaas niet veel. Nog geen jaar oud bleek ik in het opvanghuis voor ongehuwde moeders waar mijn tante werkte, al makkelijk contacten te leggen. Het netwerken en de interculturele interesse zaten er al vroeg in (zie foto; mei 1961).

Warme herinneringen heb ik aan onze diverse vakanties in De Haan (B) toen ik een jaar of 6, 7 was. Hoewel het vakantieoord Sparrenduin, dat eigendom was van de vakbond waarvoor mijn vader destijds werkte, nogal massaal was, vond ik het er in die tijd geweldig. Alles was spannend. Er werd het een en ander georganiseerd en dagelijks klonk er een oproep door de luidsprekers: “Zijn er nog liefhebbers voor de volleybalmatch?” Met een Belgische in plaats van een Engelse ‘a’. Maar wat ik me vooral herinner was dat er de hele dag door een geur van eten hing: ’s morgen vers brood en confiture, de rest van de dag warm eten. Soms ruik ik nog die lucht van grote kookpotten als ik in een ziekenhuis of andere zorginstelling kom.

sparrenduin (1) (Sparrenduin is een paar jaar geleden afgebrand)

En dan was er natuurlijk de constante zeelucht, die bleef na afloop thuis nog weken hangen. Zand vond je nog in alle hoeken en gaten van kleding, tassen, haar en oren. Maar er was meer op dat strand uit mijn jeugd. De zoete geur van de zonnebrandolie, toen nog echte olie zonder beschermingsfactor, die mama op je rug smeerde en waarna het zand zich alleen nog maar hardnekkiger aan je lijf hechtte. Ik probeerde het er nog wel eens af te krijgen door me te schuren aan de levensgrote Niveabal waarop je kon klauteren door je vast te klampen aan het net eromheen. Maar zelfs het water kon het zand er niet afspoelen, het zeezout deed er aan plakkerigheid zelfs nog een schepje bovenop. Dat weerhield ons er niet van om te genieten van de boterhammen, koekjes en limonadesiroop die uit de grote tas van moeder en tante (want het gezin van mijn peetoom en -tante ging mee) kwamen, met of zonder zand en zout. De ultieme traktatie was echter een Berliner bol van Louis, die met een grote houten bak om zijn nek de Belgische stranden op en neer liep (de venters lopen er nog steeds). Als ik hem zag aankomen, wist ik al dat mijn ouders zouden zwichten voor onze lekkere trek, want mijn vader was misschien wel de grootste fan van dit soort versnaperingen en kon er beslist geen nee tegen zeggen.

Hebt u ook mooie herinneringen aan strandvakanties of logeerpartijen? Zou u erover willen schrijven maar weet u niet hoe? Ik help u er graag bij. Kijk in de rechterkolom bij Hoe vertelt u uw verhaal hoe we samen uw herinneringen op papier kunnen zetten.